Hilgeman

Genealogie Hilgeman

 

 

 

Naamtype: adresnaam

 

Zeer veel familienamen zijn van toponiemen (aardrijkskundige namen) afgeleid. Deze namen geven aan waar men vandaan kwam (herkomstnamen), welk gebied of landgoed men bezat of beheerde, of welke huizen men al dan niet met bijhorend land in eigendom of pacht had.

Bij deze laatste groep duiden de namen tevens aan waar men woonde. (Straatnummers waren immers nog niet ingevoerd!)

 

Dit type naam wordt dan ook wel met de term 'adresnaam' van de herkomstnamen onderscheiden.

 

Herkomstnamen gaan voornamelijk terug op namen van steden, dorpen en landen; adresnamen op microtoponiemen: namen van huizen, velden, waterlopen, straten.

 

 

Inschrijving van Johann Henrich Hilgemann in het lidmatenregister van Linschoten, 1808. Eerder zijn in 1806 en 1807 drie van zijn plaatsgenoten uit 'Line in Tecklenburg' ingeschreven. (RHC Rijnstreek en Lopikerwaard, DTB Linschoten 93B)

 

Herkomst: Lienen (Nordrhein-Westfalen, Duitsland)

Hendrik Hilgeman (Lienen omstreeks 1784 - Kamerik 1866), klompenmaker, vestigt zich in 1809 met attestatie van de gereformeerde kerk van Linschoten in Kamerik (als Johan Hendrik Hilligeman).

 

In dat jaar wordt in Kamerik Hermanus Hilgeman gedoopt, uit zijn huwelijk met Lena Zaal (Benschop 1788 - Kamerik 1866).

 

In 1808 is hij als Johan Heinrich Hilgemann ingeschreven in het lidmatenregister van Linschoten. Twee naamgenoten gingen hem voor: Johannes Hermanus Hilgeman (ingeschreven 1798, later vertrokken naar Waarder) en Johannes Eberhard Hilgeman (ingeschreven 1804, later vertrokken naar Kamerik).

 

Deze Hilgemannen hoorden tot Duitse 'Hollandgänger', seizoenarbeiders die vanuit Lienen naar Linschoten trokken. Sommigen van deze 'kettingmigranten' vestigden zich in de regio Woerden. Ze leven hier tegenwoordig nog voort in familienamen als Grundmann, Kriege en Schlingmann. Velen van hen waren (ook) klompenmaker, een ambacht dat in de streek waar zij vandaan kwamen in de winter als nevenberoep werd uitgeoefend door boeren.

 

Literatuur: F. Schlingmann, 'Linschotengänger (1767-1829)', Heemtijdinghen 34 (1998), nr 2, 48-60.

 

 

 

 

Aantal in 1947

119 x Hilgeman

 

Aantal in 2007

235 x Hilgeman

 

 

Copyright 2013 © Jan Hogema

http://www.linkedin.com/profile/edit?trk=hb_tab_pro_top